Gråsten Slotstuin is geen tuin die je in één blik kunt overzien. De paden slingeren door gazons, struikgroepen, bosgedeelten en bloembedden, waardoor het uitzicht voortdurend wisselt tussen het nabije en het open landschap.
In het seizoen beginnen de kleuren al vroeg met tulpen, narcissen en pinksterbloemen. Later nemen rhododendrons, azalea’s, phlox, daglelies, montbretia en pioenen het over, en rozen- en vasteplantenborders verbinden de tuin vlak bij het kasteel.
De tuin heeft wortels in een veel strakkere baroktuin met rechte paden, vierkante perken, sculpturen en fonteinen. In de tweede helft van de 18e eeuw veranderde het karakter in een romantische landschapstuin, waarin de golvende paden en de grote groene vlakken deel werden van de beleving.
Sinds het midden van de 20e eeuw hebben Koningin Ingrid en daarna H.M. de Koningin de tuin een duidelijk bloemenkarakter gegeven. Het koninklijke hier is daarom niet alleen het kasteel op de achtergrond, maar ook de manier waarop de tuin als een levende, kleurrijke landschapstuin wordt onderhouden.
Vanaf de tuin heb je uitzicht over Slotssøen richting Dyrehaven, en bij het water kunnen reigers zich laten zien. Via de slotstuin kun je verder naar de Gråstense bossen, waar de oude karpervijvers in het landschap rond het park liggen. Het is verstandig om vooraf de toegang te controleren, want de tuin is gesloten wanneer de koninklijke familie op het kasteel verblijft.
Direct naast de kasteeltuin liggen de oude karpvijvers, waar de karperkweek bij Gråsten al minstens 300 jaar te volgen is. Bij de gedwongen veiling van het landgoed Gråsten in 1725 werden meerdere vijvers met karpers genoemd.
Gråsten stond bekend als de laatste actieve kweek van karpers voor consumptie in het land, maar de exploitatie moet vandaag historisch worden begrepen: Naturstyrelsen beheerde de viskwekerij van 1998 tot 2022. De lokale kerstkarpers verwijzen naar een Zuid-Jutlandse eetcultuur die niet lijkt op de gewone idylle van een kasteeltuin.